impulsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·pul·sen

Zelfstandig naamwoord

impulsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord impuls

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
impulsar

impulsen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van impulsar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van impulsar