Naar inhoud springen

momentum

Uit WikiWoordenboek
  • mo·men·tum
  • van Engels momentum, vanaf de jaren 1990 gepopulariseerd via Engelstalige media en literatuur
enkelvoud meervoud
naamwoord momentum -
verkleinwoord - -

hetmomentumo

  1. duidelijk toenemende voortgang
    • Door zijn lange aarzeling verloor hij het momentum. 
     Het woord ‘momentum’ bijvoorbeeld, dat is nu helemaal ‘in’. Iemand zegt dan opeens: ‘Er moet een momentum gecreëerd worden.’ Dat irriteert me mateloos. Het woord momentum is meer een soort mediamoment.[1]
     Er ontstond wat de Engelsen ‘momentum’ noemen, een intense sfeer van nieuwsgierigheid naar wat er zou volgen.[2]
  2. (natuurkunde) hoeveelheid beweging; product van massa en snelheid
      In de wetenschappelijke theorie moet men rekening houden met het golfkarakter van het licht (interferentie, breking, polarizatie) en met de eigenschappen van het licht als partikels (het ‘momentum’ van een straal).[3]
90 %van de Nederlanders;
91 %van de Vlamingen.[4]
  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
  1. Bronlink geraadpleegd op 16-10-2023 Weblink bron
    Erik de Bruin, Menno Wiegman
    Vooys, Jaargang 23 (2005), Vooys, Utrecht in: Een grootvader vertelt, Kees van Kooten over zijn gevoel voor humor, p. 44 op dbnl.org op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 16-10-2023 Weblink bron
    Lutgard Mutsaers
    Ons Erfdeel, Jaargang 40 (1997), Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonkveer in: Pop in je moerstaal. Durf en variatie in de Nederlandstalige popmuziek: een ‘beweging’ werd volwassen, p. 78 op dbnl.org op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 7 maart 2025 Weblink bron
    Frank Brisard
    Het gevecht met de zwaartekracht : De regenboog in Gravity's Rainbow in: Yang., 153 jrg. 28 nr. 1 (januari 1992), Hans Vandevoorde, Brugge, p. 76
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
momentum momenta
momentums

momentum

  1. (natuurkunde) impuls, de massa vermenigvuldigd met de snelheid
  2.  vaart zn  (1),  gang zn  (4)
    «In this collision the larger car had considerable momentum
    Bij deze botsing had de grotere auto een flinke vaart.
    «His political campaign had little momentum
    Er zat weinig vaart in zijn politieke campagne.
  • mo·men·tum
  • Samentrekking van *movimentum, dat afgeleid is van mŏvēre met het achtervoegsel -mentum.

mōmĕntum o

  1. beweging
  2. (metonymisch) verschil dat door beweging ontstaat, afstand
    1. tijdperk, tijdsafdeling, ogenblik
    2. onderdeel van een rede
    3. uitgangspunt
  3. (figuurlijk) beslissing, uitslag, verandering
  4. beweegkracht, stoot, druk, zwaarte
  5. (figuurlijk) oorzaak van verandering
    1. invloed, oorzaak, beweeggrond
    2. aanwending van krachten, van middelen
    3. beslissende kracht, invloed, gewicht, betekenis