helder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hel·der
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen helder helderder helderst
verbogen heldere helderdere helderste
partitief helders helderders -

Bijvoeglijk naamwoord

helder

  1. klaar, doorzichtig
    • de vloeistof was volkomen helder 
  2. duidelijk en zuiver
    • de weergave van de geluidsinstallatie was prachtig helder 
  3. met sterke glans
    • Zij werden verrast door een helder licht 
  4. niet met wolken bedekt, onbewolkt
    • de lucht was helder 
  5. getuigend van inzicht
    • Hij had het helder voor ogen 
  6. duidelijk
  7. schoon, proper
    • Zij is een echte heldere Neel 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Noors

Woordafbreking
  • hel·der

Werkwoord

helder

  1. tegenwoordige tijd van helde

Zelfstandig naamwoord

helder, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van helde


Nynorsk

Woordafbreking
  • hel·der

Werkwoord

helder

  1. (bijvorm) tegenwoordige tijd van halde
Schrijfwijzen