duidelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen duidelijk duidelijker duidelijkst
verbogen duidelijke duidelijkere duidelijkste
partitief duidelijks duidelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

duidelijk

  1. niet mis te verstaan
    Dit was een duidelijke verklaring van de oorzaak ervan.
  2. goed te herkennen
    Zijn laatste foto gaf de duidelijkste weergave.
  3. gemakkelijk te begrijpen
    De leraar wist alles duidelijk uit te leggen.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen