glanzend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glan·zend

Werkwoord

vervoeging van
glanzen

glanzend

  1. onvoltooid deelwoord van glanzen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen glanzend glanzender glanzendst
verbogen glanzende glanzendere glanzendste
partitief glanzends glanzenders -

Bijvoeglijk naamwoord

glanzend

  1. licht weerspiegelend
    • De glanzende edelstenen waren prachtig maar helaas ook erg kostbaar. 
  2. heel goed
    • Hij had een glanzende carrière voor zich. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.