glanzend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • glan·zend

Werkwoord

vervoeging van: glanzen
verbogen vorm: glanzende

glanzend

  1. onvoltooid deelwoord van glanzen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen glanzend glanzender glanzendst
verbogen glanzende glanzendere glanzendste
partitief glanzends glanzenders -

Bijvoeglijk naamwoord

glanzend

  1. licht weerspiegelend
    • De glanzende edelstenen waren prachtig maar helaas ook erg kostbaar. 
     Zij deed er water in en toen allerlei geheimzinnige kruiden, een beetje aarde, glanzende stenen, mossen en planten.[1]
  2. heel goed
    • Hij had een glanzende carrière voor zich. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 13
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be