helderheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hel·der·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord helderheid helderheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

helderheid v

  1. het ontbreken van strooiing van licht, een object is scherp waarneembaar
    • De helderheid was op deze dag bijzonder groot en daardoor vormden de besneeuwde bergen een prachtig schouwspel. 
  2. (astronomie) de intensiteit van uitgezonden licht, luminantie
    • De helderheid van deze ster is aan periodieke veranderingen onderhevig. 
  3. zindelijkheid, schoonheid
  4. geestelijke gesteldheid
  5. van een geluid doordat de hoge tonen goed aanwezig zijn, -> verstaanbaarheid
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be