gesprek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·sprek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gesprek gesprekken
verkleinwoord gesprekje gesprekjes

Zelfstandig naamwoord

gesprek o

  1. (communicatie) een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt
    Het gesprek werd onderbroken doordat zijn mobiele telefoon afging.
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl