gesprekstechniek
Uiterlijk
- ge·spreks·tech·niek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gesprekstechniek | gesprekstechnieken |
| verkleinwoord | gesprekstechniekje | gesprekstechniekjes |
de gesprekstechniek v
- vaardigheid om op een goede manier een gesprek te voeren
- ▸ Emma biedt trainingen aan aan ouderenverzorgers om hen de geurbox en de gesprekstechniek die erbij hoort, te leren gebruiken. Inmiddels maken zo'n veertig verzorgingshuizen gebruik van de box.[1]
- Het woord gesprekstechniek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Paardengeur in een potje: Emma krijgt demente ouderen aan het praten” (Zaterdag 16 september 2017, 09:42), NOS