duif

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

duif
Uitspraak
Woordafbreking
  • duif
enkelvoud meervoud
naamwoord duif duiven
verkleinwoord duifje duifjes

Zelfstandig naamwoord

duif

  1. v/m (vogels) Columbidae Wikispecies-logo-en.png een vogel die een koerend geluid maakt
    Roekeloos zijn ze, die stadsduiven. Ze scharrelen op het fietspad, alsof het asfalt een weitje is. De duif kijkt niet op, hij kijkt niet om. Pas als je voorwiel zo dichtbij is dat je aan bebloede spaken begint te denken, fladdert hij ineens op.[1]
  2. v vrouwtjesduif
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Hester van Santen 30 september 2016 NRC