doffer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dof·fer
enkelvoud meervoud
naamwoord doffer doffers
verkleinwoord doffertje doffertjes

Zelfstandig naamwoord

doffer m

  1. (dierkunde) een mannetjesduif
    De doffer broedt meestal overdag op de eieren en de duif in de rest van de tijd.
Antoniemen

Bijvoeglijk naamwoord

doffer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van dof