don

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • don
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord don dons
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

don m [2] [3]

  1. een Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders
49 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal


Turks

Zelfstandig naamwoord

don

  1. vorst