aanbod

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbod (aanbiedingen)
verkleinwoord (aanbiedinkje) (aanbiedinkjes)

Zelfstandig naamwoord

aanbod o

  1. een aanbieding
    • Een aanbod van een bepaalde dienst. 
  2. (economie) het voorradig zijn
    • Het aanbod aan koopwoningen. 
    • Er is een groot aanbod van inburgeringscursussen. 
  3. (economie) het geheel aan beschikbare goederen en diensten op micro-economisch niveau
    • De wet van vraag en aanbod. 
  4. het aangebodene
    • Het aanbod is een levenslang abonnement. 
  5. voorstel, poging tot compromis
    • De examinator deed het aanbod om in plaats van een hertentamen te maken een paper te schrijven over de verplichte literatuur. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een vrijblijvend aanbod.

  • Een aanbod dat de persoon die het aanbod accepteert tot niets verplicht.
Opmerkingen
  • "aanbod" heeft geen meervouds- en verkleinvormen, in plaats daarvan worden de vormen van "aanbieding" gebezigd.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aanbod -

Zelfstandig naamwoord

aanbod

  1. (economie) aanbod