dons

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
dons veertje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dons
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘pluizig haar’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dons
verkleinwoord donsje donsjes

Zelfstandig naamwoord

dons o

  1. fijne veren die onder de taaiere buitenveren zitten, vaak gebruikt als vulstof voor kussens, dekbedden en slaapzakken
  2. lichte beharing van een jongeman
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dons mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord don

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen