fractal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frac·tal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bepaalde meetkundige figuur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1988 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord fractal fractals
verkleinwoord fractaltje fractaltjes

Zelfstandig naamwoord

fractal m

  1. (wiskunde) een wiskundige figuur waarvan de maat bij schaalverandering verandert met een niet-gehele macht van de schaal
    • De zeef van Sierpiński is een bekende fractal. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen