verwarring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·war·ring
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van verwarren met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord verwarring verwarringen
verkleinwoord verwarrinkje verwarrinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwarring v

  1. een verwarde toestand
    • Ze werden allemaal in verwarring gebracht. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.