Naar inhoud springen

bevel

Uit WikiWoordenboek
  • be·vel
enkelvoud meervoud
naamwoord bevel bevelen
verkleinwoord bevelletje bevelletjes

hetbevelo

  1. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak; verbaal geuit gebod
    • Dat is een bevel, soldaat!! 
     Hij speelt piano voor Debbie en Seymour, speelt op bevel ‘Strijdlied’, maar dat lukt hem maar half, hij heeft te veel gedronken, hij heeft te hard gelachen.[2]
     De dwingende stem liet het verzoek als een bevel klinken.[3]
  2. gezag om een groep mensen te leiden; commando; commandement
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. bevel op website: Etymologiebank.nl
  2. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  3. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be