bevel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevel bevelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bevel o

  1. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak; verbaal geuit gebod
    Dat is een bevel, soldaat!!
  2. gezag om een groep mensen te leiden; commando; commandement
    De koning is de eerste in bevel van het leger.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl