bevelschrift

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vel·schrift
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevelschrift bevelschriften
verkleinwoord bevelschriftje bevelschriftjes

Zelfstandig naamwoord

bevelschrift o

  1. een schriftelijk bevel
    • Hij kreeg een bevelschrift in de brievenbus. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.