opperbevel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·be·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opperbevel opperbevelen
verkleinwoord opperbevelletje opperbevelletjes

Zelfstandig naamwoord

opperbevel o

  1. de hoogste legerleiding, oppercommando
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie