order

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·der
enkelvoud meervoud
naamwoord order orders
verkleinwoord ordertje ordertjes

Zelfstandig naamwoord

order v/m/o

  1. een verzoek om diensten of goederen te leveren
    Hij had een order geplaatst voor een nieuwe wasmachine.
  2. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
    Hij kreeg orders van zijn baas om de zaak verder met rust te laten.
Synoniemen
Vertalingen


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·der
enkelvoud meervoud
order orders

Zelfstandig naamwoord

order

  1. volgorde
  2. orde
  3. bevel, order.
  4. bestelling, order.
vervoeging
onbepaalde wijs to order
he/she/it orders
verleden tijd ordered
voltooid
deelwoord
ordered
onvoltooid
deelwoord
ordering
gebiedende wijs order

Werkwoord

order

  1. bestellen
  2. bevelen