commando

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[2-3] commando's
Uitspraak
Woordafbreking
  • com·man·do
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Spaans comando ‘bevel, commando, gezag’ (met het voorvoegsel com-) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord commando commando's
verkleinwoord commandootje commandootjes

Zelfstandig naamwoord

commando[2]

  1. o bevel, leiding
    • De kapitein voerde het commando over het schip. 
  2. o een speciaal getrainde groep militairen voor speciale missies
    • Hij was lid van de commando's. 
  3. m / o (beroep) iemand die lid is van 2
    • In de toekomst kunnen ook vrouwen commando worden in het Nederlandse leger. 
  4. o (informatica) opdracht om een bepaald proces uit te voeren
    • Gebruik het commando chmod om een map schrijfrechten te geven. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen




Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen