aardig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aar·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van aard met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aardig aardiger aardigst
verbogen aardige aardigere aardigste
partitief aardigs aardigers -

Bijvoeglijk naamwoord

aardig

  1. aangenaam in omgang
    • Floris is een aardige jongen. 
  2. flink, behoorlijk, vrij groot
    • Het opharken van de bladeren heeft een aardige berg opgeleverd. 
  3. grappig, geestig, genoeglijk
    • Hij weet van alles een aardig verhaal te maken. 
  4. (in Vlaanderen) raar
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijwoord

aardig

  1. aangenaam
  2. zeer, veel
    • Ik heb aardig veel aarde gebruikt bij het ophogen van de tuin. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.