zee
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: zee (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ze/, /zeɪ̯/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /zeː/
Woordafbreking
- zee
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zee | zeeën |
| verkleinwoord | zeetje | zeetjes |
Zelfstandig naamwoord
zee
- een uitgestrekt oppervlak zout water dat het grootste deel van de aarde bedekt
- Wij gaan op vakantie naar Griekenland, waar we een hele week aan zee gaan liggen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een uitgestrekt oppervlak zout water dat het grootste deel van de aarde bedekt
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.