zee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee
  • Afkomstig van:
Germaans: saiwa
  • Verwant in Germaans:
Engels: sea
Afrikaans: see
Duits: See
Oudhoogduits, Oudsaksisch: sêo
Gotisch: saiws
Zweeds: sjö
enkelvoud meervoud
naamwoord zee zeeën
verkleinwoord zeetje zeetjes

Zelfstandig naamwoord

zee v/m

  1. (aardrijkskunde) een uitgestrekt oppervlak zout water dat het grootste deel van de aarde bedekt
    Wij gaan op vakantie naar Griekenland, waar we een hele week aan zee gaan liggen.
  2. (figuurlijk) overstelpende hoeveelheid, zeer grote massa
    Toen de kinderen het huis uit waren, had zij opeens een zee van tijd
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

[1] een uitgestrekt oppervlak zout water dat het grootste deel van de aarde bedekt

[2] overstelpende hoeveelheid, zeer grote massa

Vertalingen

Meer informatie