zeevrucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·vrucht
enkelvoud meervoud
naamwoord zeevrucht zeevruchten
verkleinwoord zeevruchtje zeevruchtjes

Zelfstandig naamwoord

zeevrucht v/m

  1. (voeding) iets eetbaars uit de zee
    Zijn restaurant heeft veel zeevruchten op het menu, niet alleen vis maar ook mosselen en oesters.