zeeziek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zee·ziek
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zeeziek | zeezieker | meest zeeziek |
| verbogen | zeezieke | zeeziekere | meest zeezieke |
Bijvoeglijk naamwoord
zeeziek
- een misselijk en beroerd gevoel hebbend door ongerelmatige beweging van een schip
- Toen pas wisten ze dat hij een zeezieke jongen was.