mor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor

Werkwoord

vervoeging van
morren

mor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van morren
    Ik mor.
  2. gebiedende wijs van morren
    Mor!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van morren
    Mor je?


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

mōr m

  1. berg


Bretons

enkelvoud meervoud
naamwoord   mor     morioù  

Zelfstandig naamwoord

mor m

  1. zee


Cornisch

Zelfstandig naamwoord

mor

  1. zee


Deens

Woordherkomst en -opbouw
  • Samentrekking van moder
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mor     moren     mødre     mødrene  
genitief   mors     morens     mødres     mødrenes  

Zelfstandig naamwoord

mor g

  1. (familie) moeder
Synoniemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor
Naar frequentie 187
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mor     m: moren
v: mora  
  mødre
mødrer  
  mødrene  
genitief   mors     m: morens
v: moras  
  mødres
mødrers  
  mødrenes  

Zelfstandig naamwoord

mor, m / v

  1. (familie), (sociologie) moeder
  2. een moederlijke vrouw
  3. een (moederachtige) oorsprong
    «Filosofien er vitenskapens mor.»
    Filosofie is de moeder van de wetenschap.
  4. moederdier
  5. neger, zwarte
  6. Moor
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: bli mor
moeder worden
  • [2]: Mor Teresa
Moeder Teresa


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor

Zelfstandig naamwoord

mor, v

  1. (familie), (sociologie) moeder
  2. een moederlijke vrouw
  3. een (moederachtige) oorsprong
  4. moederdier
  5. neger, zwarte
  6. Moor
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mor     mora     mødrer     mødrene  
genitief   mors     moras     mødrers     mødrenes  
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: bli mor
moeder worden
  • [2]: Mor Teresa
Moeder Teresa


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

mor m

  1. plaag, pestilentie


Turks

Bijvoeglijk naamwoord

mor

  1. (kleur) paars


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor
Woordherkomst en -opbouw
  • Samentrekking van moder
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mor     modern     mödrar     mödrarna  
genitief   mors     moderns     mödrars     mödrarnas  

Zelfstandig naamwoord

mor, g

  1. (familie) moeder
Synoniemen
  1. (verouderd) moder