wiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wiel
enkelvoud meervoud
naamwoord wiel wielen
verkleinwoord wieltje wieltjes

Zelfstandig naamwoord

wiel o

  1. ronddraaiende schijf voor voortbeweging met minimale weerstand
  2. een poel net achter de dijk, ontstaan door verspoeling tijdens een dijkdoorbraak
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden

het wiel uitvinden

Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen