zeekant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zee·kant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zeekant | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
zeekant m
- de zijde die naar de zee gericht is
- Als oplossing voor het afvalwaterprobleem groef men aan de onderkant van de dijk een koker, die aan de zeekant met een scharnierend deksel werd afgesloten.