terug
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: terug (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /trʏχ/, /təˈrʏχ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /təˈrʏx/
Woordafbreking
- te·rug
Bijwoord
terug
- alweer, opnieuw
- Hij is terug ziek geworden.
- weer naar het punt van uitgang
- Ik ga weer terug naar huis.
- achteruit
- Ga eens even een meter terug, volgens mij ben je op iets getreden.
Uitdrukkingen en gezegden
- terug van weggeweest
Vertalingen
terug van weggeweest
Achterzetsel
terug
- geleden
- Drie weken terug heb ik een e-mailbericht van hem ontvangen.
Vertalingen
1.