terugwinnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·win·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugwinnen
won terug
teruggewonnen
klasse 3 volledig

Werkwoord

terugwinnen

  1. (overgankelijk) een eerder verlies goedmaken
    Deze maand is voor het eerst fosfaat teruggewonnen uit Utrechts afvalwater..