terughalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ha·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terughalen
haalde terug
teruggehaald
zwak -d volledig

Werkwoord

terughalen

  1. (overgankelijk) iets dat weggevoerd was weer terug zien te krijgen
    Hij haalde de bal die over de lijn gegaan was terug.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen