terughalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·ha·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| terughalen |
haalde terug |
teruggehaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
terughalen
- (overgankelijk) iets dat weggevoerd was weer terug zien te krijgen
- Hij haalde de bal die over de lijn gegaan was terug.