terugkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugkomen
kwam terug
teruggekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

terugkomen

  1. (ergatief) opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest is
    Zij kwamen niet meer terug.
  2. (ergatief) ~ op: een eerdere afspraak of regel ongedaan maken
    Daar zijn ze helemaal op teruggekomen.
Vertalingen