terugkaatsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·kaat·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugkaatsen
kaatste terug
teruggekaatst
zwak -t volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

terugkaatsen

  1. (ergatief) een min of meer elastische botsing ondergaan
    De bal kaatste terug via de paal in het net.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen