terugkaatsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·kaat·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| terugkaatsen |
kaatste terug |
teruggekaatst |
| zwak -t | volledig | |
Woordherkomst en -opbouw
Werkwoord
terugkaatsen
- (ergatief) een min of meer elastische botsing ondergaan
- De bal kaatste terug via de paal in het net.