terugkeer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • te·rug·keer

Werkwoord

vervoeging van
terugkeren

terugkeer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugkeren
    ... dat ik terugkeer.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen