terugtocht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·tocht
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terugtocht | terugtochten |
| verkleinwoord | terugtochtje | terugtochtjes |
Zelfstandig naamwoord
terugtocht m
- de tocht terug naar een eerder beginpunt
- Na drie weken door Zweden getrokken te hebben beginnen we morgen aan de terugtocht.