terugbrengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: terugbrengen (hulp, bestand)
- IPA: /təˈrʏxbrɛŋə(n)/
Woordafbreking
- te·rug·bren·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| terugbrengen |
bracht terug |
teruggebracht |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
terugbrengen
- (overgankelijk) naar het punt van vertrek brengen
- Het is bijna zeven uur, wordt het niet eens tijd je moeder terug te brengen?
- (overgankelijk) naar de eigenaar brengen
- Zou jij de sleutels naar de verhuurder terug kunnen brengen?
- (overgankelijk) een eerdere of lagere toestand herstellen
- Dat bracht de stand terug tot een gelijkspel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. naar het punt van vertrek brengen