terugnemen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·ne·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| terugnemen |
nam terug |
teruggenomen |
| klasse 4 | volledig | |
Woordherkomst en -opbouw
Werkwoord
terugnemen
- (overgankelijk) een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen
- De winkelier weigerde de beschadigde goederen terug te nemen.
- (overgankelijk) zich excuseren voor een gedane uitspraak
- Goed, dan neem ik dat terug.