stand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stand
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stand | standen |
| verkleinwoord | standje | standjes |
Zelfstandig naamwoord
- omschrijving van hoe of waar iets staat
- Dat hangt van de stand van de zon af.
- meestal vooraanstaande sociale positie
- Zulk gedrag past niet bij zijn stand.
- de puntentelling bij een wedstrijd
- De stand is nu drie-nul voor de Belgische dames.
- berisping (alleen verkleinwoord) zie: standje
- (biologie) de grootte van de populatie van een soort in een bepaald gebied
- De stand van de zeehonden en de zeeschildpadden zullen door die olieramp een geduchte knauw krijgen.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.