stand

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • stand

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord stand standen
verkleinwoord standje standjes

stand v/m

  1. omschrijving van hoe of waar iets staat.
    Dat hangt van de stand van de zon af.
  2. meestal vooraanstaande sociale positie.
    Zulk gedrag past niet bij zijn stand.
  3. de puntentelling bij een wedstrijd.
    De stand is nu drie-nul voor de Belgische dames.
  4. berisping (alleen verkleinwoord) zie: standje.
Persoonlijke instellingen