stand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stand
enkelvoud meervoud
naamwoord stand standen
verkleinwoord standje standjes

Zelfstandig naamwoord

stand v/m

  1. omschrijving van hoe of waar iets staat
    Dat hangt van de stand van de zon af.
  2. meestal vooraanstaande sociale positie
    Zulk gedrag past niet bij zijn stand.
  3. de puntentelling bij een wedstrijd
    De stand is nu drie-nul voor de Belgische dames.
  4. berisping (alleen verkleinwoord) zie: standje
  5. (biologie) de grootte van de populatie van een soort in een bepaald gebied
    De stand van de zeehonden en de zeeschildpadden zullen door die olieramp een geduchte knauw krijgen.

Meer informatie