standaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stan·daard
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord standaard standaarden
standaards
verkleinwoord standaardje standaardjes

Zelfstandig naamwoord

standaard m

  1. (natuurkunde) datgene waaraan vergelijkbare zaken afgemeten worden (eenheid van maat, gewicht etc.)
    In het verleden was soms de lengte van 's konings voet de standaard van lengte.
  2. steun, stut, datgene wat iets staande houdt
    Hij zette zijn fiets op de standaard.
  3. herkeningsvlag, onderscheidingsvlag
    Tijdens het koninklijke bezoek werd de koninklijke standaard geheven.
  4. (economie) geldstelsel waarin een edel metaal tot wettelijke maatstaf van waarde is aangenomen b.v. goudstandaard
  5. norm
Hyponiemen
Vertalingen
stellend
onverbogen standaard
verbogen

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als bijvoeglijk naamwoord)

Bijvoeglijk naamwoord

standaard

  1. als regel, normaal
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl