standaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stan·daard
enkelvoud meervoud
naamwoord standaard standaarden
standaards
verkleinwoord standaardje standaardjes

Zelfstandig naamwoord

standaard m

  1. datgene waaraan vergelijkbare zaken afgemeten worden
    In het verleden was soms de lengte van 's konings voet de standaard van lengte.
  2. steun, stut, datgene wat iets staande houdt
    Hij zette zijn fiets op de standaard.
  3. herkeningsvlag, onderscheidingsvlag
    Tijdens het koninklijke bezoek werd de koninklijke standaard geheven.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen