statief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sta·tief
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | statief | statieven |
| verkleinwoord | statiefje | statiefjes |
Zelfstandig naamwoord
statief
- (fotografie), (optica) een stabiel onderstel voor een camera, kijker of een ander (optisch) instrument, veelal in draagbare uitvoering met één of drie inklapbare of inschuifbare poten
- Te koop: een verrijdbaar statief voor studiogebruik.