standplaats
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stand·plaats
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | standplaats | standplaatsen |
| verkleinwoord | standplaatsje | standplaatsjes |
Zelfstandig naamwoord
- een vaste plaats waar iemand of iets zich bevindt
- een plaats waar een ambtenaar o.i.d. gevestigd is
- (biologie) een plaats waar een bepaalde plantensoort verwacht kan worden
- (jachttaal) een plaats waar de jager wacht op langskomend wild
Uitdrukkingen en gezegden
- [1] Standplaats voor taxi's.