bijstand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·stand
enkelvoud meervoud
naamwoord bijstand -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bijstand m

  1. in algemene zin: geboden hulp
    Met bijstand van het buurland wist men de vijand het hoofd te bieden.
  2. een aan iemand die geen inkomen heeft van staatswege geboden basisuitkering
    Hij moet van de bijstand zien rond te komen.
Vertalingen

Social welfare provision