bijstand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bij·stand
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bijstand | - |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
bijstand m
- in algemene zin: geboden hulp
- Met bijstand van het buurland wist men de vijand het hoofd te bieden.
- een aan iemand die geen inkomen heeft van staatswege geboden basisuitkering
- Hij moet van de bijstand zien rond te komen.
Vertalingen
Social welfare provision