weerstand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- weer·stand
| 1,3 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | weerstand | weerstanden |
| verkleinwoord | weerstandje | weerstandjes |
Zelfstandig naamwoord
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | weerstand | - |
| verkleinwoord | - | - |
weerstand m
- een reactie die poogt een bepaalde actie tegen te werken
- Bij zijn pogingen het beleid te wijzigen ondervond hij bijzonder veel weerstand.
- (natuurkunde) (elektrotechniek) elektrische ~ de tegenstand die een stroom in een stroomgeleider ondervindt; de Wet van Ohm beschrijft het verband tussen spanning, stroom en weerstand
- De grootheid weerstand (symbool: R) wordt uitgedrukt in "ohm" (symbool: Ω).
- (natuurkunde) (elektronica) (elektrotechniek) een onderdeel dat wordt toegepast in elektrische en elektronische schakelingen
- Ik heb een nieuw weerstandje van 100 Ω nodig, want het oude is doorgebrand.
Synoniemen
- [1] verzet, tegenwerking, oppositie, resistentie
Antoniemen
- [1] medewerking, collaboratie, vatbaarheid
- [2] geleidingsvermogen
Afgeleide begrippen
- [1] weerstandsvermogen, luchtweerstand, rijweerstand, rolweerstand, wrijvingsweerstand
- [2] belastingsweerstand, regelweerstand, schijnweerstand, gelijkstroomweerstand, wisselstroomweerstand, lekweerstand, isolatieweerstand, weerstandsdraad
Verwante begrippen
- [2] spanning, stroom, verzwakking, demping, impedantie, reactantie, blindstroom
Vertalingen
1. een reactie die poogt een bepaalde actie tegen te werken
2. de tegenstand die een stroom in een geleider ondervindt