dulden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dul·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dulden |
duldde |
geduld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dulden
- (overgankelijk) bereid zijn iets ongestraft te laten
- Hij duldde niet langer dat ze hem nadeden en werd daarom kwaad.
Synoniemen
Vertalingen
1. bereid zijn iets ongestraft te laten
Duits
Werkwoord
dulden