graad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • graad
enkelvoud meervoud
naamwoord graad graden
verkleinwoord graadje graadjes

Zelfstandig naamwoord

graad m

  1. (wiskunde) eenheid om hoeken te meten (1/360 deel van de cirkelomtrek), onderverdeeld in minuten en seconden, booggraad
  2. elk van de gelijke delen waarin sommige schaalverdelingen verdeeld zijn, vooral die van thermometers
  3. (onderwijs) groepering van 2 opeenvolgende jaren in het lager en secundair onderwijs in België
  4. titel die na afgelegd examen, verdedigde stellingen enz. aan een studerende wordt toegekend b.v. meestergraad
  5. (wiskunde) macht
    deze vergelijking is van de tweede graad
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie