graad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- graad
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | graad | graden |
| verkleinwoord | graadje | graadjes |
graad
- eenheid om hoeken te meten , onderverdeeld in minuten en seconden.
- eenheid om temperatuur te meten.
- (onderwijs) groepering van 2 opeenvolgende jaren in het lager en secundair onderwijs in België.