graad

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • graad

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord graad graden
verkleinwoord graadje graadjes

graad

  1. eenheid om hoeken te meten , onderverdeeld in minuten en seconden.
  2. eenheid om temperatuur te meten.
  3. (onderwijs) groepering van 2 opeenvolgende jaren in het lager en secundair onderwijs in België.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen