rang
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rang
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Franse rang (1584) van reng (12e eeuw): "kring der rechtspersonen bij een geding", zelf weer afkomstig van het Frankische *hring (ring)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rang | rangen |
| verkleinwoord | rangetje | rangetjes |
Zelfstandig naamwoord
rang m
- een plaats binnen een bepaalde hiërarchie
- Hij had een vrij hoge rang.
- (wiskunde) het maximale aantal lineair onafhankelijke vectoren in een stelsel
- De rang van de matrices AAT en ATA is hetzelfde en beperkt door de kleinere van de twee.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.