rank

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rank
enkelvoud meervoud
naamwoord rank ranken
verkleinwoord rankje rankjes

Zelfstandig naamwoord

rank v/m

  1. een gespecialiseerde stengel, blad of bladsteel voor ondersteuning en hechting
    Die rank zat echt om het hele hek heen gekruld.

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

rank

  1. rang
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen