rede

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·de
1 enkelvoud meervoud
naamwoord rede redes
verkleinwoord redetje redetjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord rede reden
verkleinwoord (redetje) (redetjes)

Zelfstandig naamwoord

rede v/m

  1. een formele toespraak
    In zijn rede maakte hij gewag van grote vorderingen in zijn onderzoek.
  2. (scheepvaart) een ankerplaats buitengaats
    Goeree is genoemd naar de goede rede die er te vinden was.
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie