jas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jas
enkelvoud meervoud
naamwoord jas jassen
verkleinwoord jasje jasjes

Zelfstandig naamwoord

jas m

  1. (kleding) kledingstuk dat over andere kledingstukken gedragen wordt en die de romp en armen bedekt
  2. (kaartspel) de troefboer, dat wil zeggen de boer van de kleur speelkaarten die van hogere waarde is dan de andere kleuren kaarten
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse jas.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  jas     jasnan  

Zelfstandig naamwoord

jas

  1. jas
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: yas.