kleding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van kleden.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kleding | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
kleding v
- (kleding) het textiel voor de bedekking van het lichaam
- Ik heb per ongeluk cola gemorst op mijn kleding.
Afgeleide begrippen
- avondkleding, kledingbedrijf, kledingbranche, kledingcollectie, kledingindustrie, kledinglijn, kledingmagazijn, kledingontwerper, kledingstuk, kledingtoelage, kledingverhuur, kledingwinkel, kledingzaak
Vertalingen
1. het textiel voor de bedekking van het lichaam
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.