overjas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·jas
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overjas | overjassen |
| verkleinwoord | overjasje | overjasjes |
Zelfstandig naamwoord
- een jas die doorgaans als bescherming van de kleding wordt gebruikt
- Dankzij de overjas had hij geen smerige vlekken op zijn broek.