overjas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·jas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overjas overjassen
verkleinwoord overjasje overjasjes

Zelfstandig naamwoord

overjas v/m

  1. een jas die doorgaans als bescherming van de kleding wordt gebruikt
    Dankzij de overjas had hij geen smerige vlekken op zijn broek.
Verwante begrippen
Hyperoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen